Spoor Z. Waarom eigenlijk?

Wie droomt er niet van een modelbaan waarop je 'levensechte' treinen op een royaal bemeten station kunt laten stoppen. Dan is, zonder dat je een balzaal nodig hebt, er eigenlijk maar één spoor waarmee iedereen deze droom kan verwezenlijken: Z-spoor. Door de schaalgrootte van 1:220 heeft een trein samengesteld uit een grote stoom-, diesel- of e-loc + een zevental 4-assige personenwagons een lengte van slechts zo'n 90-95 cm. Een typische trein voor de zijlijn in tijdperk III zoals een Duitse BR86 stoomlocomotief met daarachter een drietal 2-assige personenwagons + bagagewagen is zelfs maar zo'n 30 cm lang. Geen wonder dus dat er Z-spoorders zijn die per trein en met onder hun arm de module naar een tentoonstelling afreizen om daar samen met collega-gepassioneerden voor het publiek een module-arrangement op te bouwen. Bij andere schaalgroottes heb je daarvoor al snel een kleine bestelwagen of grote stationcar nodig. Of die met de kleinste in serie gebouwde modeltrein een spoorbaan in de salontafel in de kamer, of in het boekenrek op de slaapkamer hebben gerealiseerd. Met bergen, rivieren, 2 stations, een onderhoudswerkplaats en wat er allemaal meer op een modelbaan thuishoort.

Op onze website zal binnen de rubriek Waarom Z-Spoor? aan verschillende aspecten van het bouwen van een modelbaan in Spoor Z aandacht worden besteed. Wij hopen dat u de columns met veel plezier zult lezen en dat ze u ertoe zullen verleiden om zelf ook in te stappen in schaal 1:220. Ervaren Z220-werkers staan altijd voor u klaar om u met raad en vooral daad terzijde te staan. 

 

Een nieuwe baan? Spoor Z in een notendop; deel 1.

Veel mensen die voor het eerst een modelbaan bouwen of met een nieuwe baan willen beginnen, starten met een zoektocht naar railplannen. Natuurlijk is inspiratie opdoen uit bestaande railplannen voor je Z-Spoorbaan een zinvolle activiteit. Vergeet daarbij dan niet dat je ook heel goede ideeen kunt opdoen uit railplannen voor andere schaalgroottes. Zelf heb ik bijvoorbeeld een hoge pet op van de railplannen die je gratis en voor niks kunt vinden op http://www.karzauninkat.com/bahn/bahnplan.html Alhoewel oorspronkelijk bedoeld voor Spoor N zijn deze railplannen ook voor Z-Spoorders heel interessant? Waarom, omdat ze niet uitgaan van het principe hoe krijg ik zoveel mogelijk rail op een zo klein mogelijke oppervlakte geperst, maar omdat ze uitgaan van een zo realistisch mogelijk spoorbedrijf in miniatuur.

Nog belangrijker volgens mij is om voorafgaand aan het plannen van de nieuwe baan zoveel mogelijk modelbaantentoonstellingen en persoonlijke websites te bezoeken als maar enigszins mogelijk is. Oriënteer je daarbij bovendien op een zo groot mogelijk aantal thema's en tijdperken en vraag je bij het zien voortdurend af wat je bij het bekijken van zo'n baan voelt. Ja voelt, want een modelbaan bouwen is vooral een kwestie van emoties. Hoe mooi techniek ook is, uiteindelijk zal een modelbaan je alleen maar echte voldoening geven als je je er persoonlijk in kunt uitdrukken. Er zijn maar heel weinig mensen die een diepe voldoening voelen bij een abstract landschap in wit en perspex. Of bij een railplan dat weliswaar heel high-tech is, maar waarin je niets kunt uitdrukken van jezelf.

En als we het over uitdrukken van jezelf hebben, kom je al gauw bij durven dromen. Dromen van een Amerikaanse baan met lange treinen die door een uitgestrekt landschap rijden of van een naar de keel grijpend hooggebergte in Zwitserland waar doorheen zich de treinen slingeren. Maar ook van een zachtglooiend Duits middelgebergte of een Noordduits of Nederlands laaglandlandschap waar doorheen een brede rivier zich zijn weg naar de zee zoekt. Groot voordeel van het feit dat je inmiddels voor Spoor Z hebt gekozen, is dat in de kleine 1:220 schaal bijna alles mogelijk is zonder dat je daarvoor naar een sporthal moet uitwijken. Alleen in Z-Spoor kun je op een zolder- of slaapkamerbaan een sneltrein met 7 of 8 personenwagens bij een groot station een stop laten maken. Of een realistisch viaduct over een 100 meter diep dal aanleggen.

Jezelf in de modelbaan kunnen uitdrukken betekent ook kiezen voor het tijdperk waarin je je het beste thuisvoelt. Voor de één is dat een nostalgische baan met alleen maar stoomlocs uit de tijd rond 1900. Voor de ander is dat een Z-Spoorbaan met bovenleiding, moderne locomotieven en uitsluitend lange 4-assige personen- en goederenwagens.

En toch... al hebben we nu een landschap en tijdperk gekozen, nog steeds mist er iets. Iets heel belangrijks, namelijk wat voor verhaal of welke verhalen wil je op je modelbaan vertellen. Sommige mensen beginnen me glazig aan te kijken als ik hierover begin. Toch wil ik hier een lans breken voor verhalen vertellen. Bijvoorbeeld dat van een jong gezin dat met de baby in de kinderwagen per trein een dagje bij oma op bezoek gaat. Of het verhaal van een groepje jongeren dat met de trein naar Pinkpop of een dagje statten gaat. Of dat van Piet die samen met de hond een dagje uit vissen gaat. Of dat van vader en zoon die naar een voetbalwedstrijd gaan. Enfin, vul zelf maar in. Het aantal verhalen dat op een modelbaan verteld kan worden is eigenlijk oneindig. En geen betere oplossing om je modelbaan persoonlijk te maken, dan om je eigen geliefde verhaal of verhalen te vertellen.

 

Ysbrand van der Veen

© 2006 Z-werk220

 

 

 

 

Bomen over bomen. Spoor Z in een notendop; deel 2.

De grote kracht van Spoor Z is dat we door de kleine 1:220 schaal veel beter dan liefhebbers van grotere schalen in staat zijn om dicht tegen de werkelijkheid aan te kruipen. Niet in de detaillering van locs wellicht, maar zeker in de perceptie van het landschap en de gebouwde omgeving. Dat vraagt soms lef en om een andere manier van naar de hobby kijken. Mijn stelling is hier dat je voor een werkelijkheidsgetrouw effect beter een of twee markante, grote bomen op een Z-spoorbaan of module kunt plaatsen, dan vele kleintjes. Niet bepaald de gulden middenweg, maar hopelijk verduidelijkt onderstaande de foto van de indrukwekkende reconstructie door Hubert Halbey van station Klütz in Spoor Z deze stelling.

Voor de aanschaf van bomen geldt ruwweg dat we langs de spoorlijn in Europa en de VS meestal bomen/struiken tegenkomen met een hoogte tussen 5 en 15 meter. In spoor Z komt dat neer op bomen/struiken tussen ongeveer 2 tot 7 cm hoog. 

In bosgebieden bereiken de bomen afhankelijk van hun leeftijd en de regionale omstandigheden (klimaat, grondsoort) een hoogte tot zo'n 30 meter. In 1:220 komt dat neer op bomen tot max. 14 cm.

 

De uitschieters qua hoogte (de echte windvangers volgens het spreekwoord) zijn bomen die veelal solitair staan bij een oud huis of boerderij, een buitenplaats, etc.

Bij de aanschaf van zo'n solitaire boom voor de Spoor Z baan moet je uiteraard goed letten op de soort boom die je als solitair wilt neerzetten. Niet elke boomsoort wordt even hoog. En uiteraard geldt dat hoe opvallender en groter de boom is, hoe beter de kwaliteit daarvan moet zijn om het gewenste effect te bereiken.

 

Een goed overzicht van hoge bomen in de natuur is te vinden op hoge bomen, gespecifeerd bovendien naar Nederland, Europa in het algemeen en de VS.

 

Wie een Amerikaanse kustbaan wil bouwen zal zich kunnen verlustigen aan het toppunt op hoge bomengebied, namelijk de Californische redwoods waar maxima van meer dan 100 meter worden gehaald. Alles is relatief, en ook in Spoor Z worden dat behoorlijke reuzen van zo'n vijftig centimeter hoog. Dat is heel wat, maar op een vast in huis geplaatste Z-spoorbaan vaak nog wel te doen. Zulke bomen vind je overigens in het aanbod voor Schaal G, bijv. bij JTT Trees. Waar klein groot in kan zijn ;-).

 

Voor wie naar een Duits of Nederlands voorbeeld bouwt, zijn solitaire eiken, beuken, sparren en populieren tot zo'n 40 meter realistisch. Dat geeft een stevig accent aan de baan van zo'n 18 cm hoog. Een dergelijke boom plaatst al het andere beter in perspectief. Hoe fraai gedetailleerd de paard en wagen combinatie op station Klütz zijn, zie je eigenlijk des te beter door de grote boom die met durf en artisticiteit vooraan in het landschap is geplaatst.

 

Bij bossen geldt bovendien nog als maatstaf dat een natuurlijke populatie (dus geen productiebos) in de regel als volgt is samengesteld:

10% bomen van grote hoogte (± 10 cm in Spoor Z)
40% bomen van flinke hoogte (± 7 cm)
35% bomen die middelhoog zijn (5-6 cm)
10% bomen die zich een weg naar de top zoeken (± 3 cm)
 5% bomen van grootste hoogte (12-14 cm)
enkele jonge boompjes (< 2 cm)

 

Z 1:220

3 cm

5 cm

7 cm

10 cm

14 cm

Schaal ratio

6.6 m

11.0 m

15.4 m

22 m

30 meter

 

Veel succes met de landschapsbouw in 1:220.

 

Ysbrand van der Veen

© 2008 Z-werk220

 

Station Klütz voor column